Maarten: ‘Europa is niet achterlijk’

Door Maarten van Rossem • Illustraties Job van der Molen

Al decennialang wordt er gesomberd over de economie van Europa. Het zou de concurrentieslag met de VS, Japan en China onvermijdelijk verliezen. Maar dergelijke voorspellingen komen op de lange termijn zelden uit. De Europese Unie is een wereldspeler van formaat.

Uit Maarten! 2024-4. Bestel losse nummers hier of word abonnee

Begin september 2024 presenteerde voormalig president van de Europese Centrale Bank Mario Draghi een omvangrijk rapport over de toekomst van het Europese concurrentie vermogen. Daarmee is het volgens hem niet best gesteld. Ik vermoed dat die conclusie geheel in overeenstemming is met de wensen van de Europese Commissie, de opdrachtgever van het rapport. De omvangrijke aanbevelingen kunnen immers dienen als een ambitieuze agenda voor de nieuwe Commissie.

Het rapport constateert dat de Europese Unie leeft in de ‘wereld van gisteren’. In de jaren van onbezorgde mondialisering, waar de EU wel bij voer, kreeg Europa goedkoop gas uit Rusland, voordelige goederen uit China en genoot het de vanzelfsprekende strategische bescherming van de Verenigde Staten. Intussen zijn de geostrategische verhoudingen grondig veranderd. Rusland is de nieuwe vijand, China is bezig dat te worden en de VS zijn uitgeleverd aan een charismatische psychiatrische patiënt.

Het aandeel van de EU in de mondiale economie krimpt en de groei van de productiviteit blijft achter bij die in de VS en China. Als dat zo doorgaat, zal Europa ten prooi vallen aan een langdurige, pijnlijke aftakeling.

Daarom zijn radicale veranderingen geboden, aldus het rapport. Allereerst dient de Unie 10 10 geactiveerd te worden. De gemeenschappelijke markt is nog steeds gefragmenteerd, net als de kapitaalmarkten. Het besluitvormingsproces in Brussel is lusteloos en onnodig gecompliceerd. Dat kan beter. De arbeidsproductiviteit moet flink omhoog als de EU een wereldspeler wil blijven en haar sociale agenda waar wil maken. Dat kan alleen als de industrie veel innovatie ver wordt.

Innovatie is een zwak punt in Europa

Innovatie is een zwak punt in Europa. Er zijn genoeg goede nieuwe ideeën, maar die worden, anders dan in Amerika, niet vlot omgezet in innovatieve bedrijven. Daardoor zit de EU met een statische industriële structuur en grote bedrijven die hun beste tijd hebben gehad. Voor een nieuwe industriële dynamiek is een omvangrijke strategie noodzakelijk die mede door Brussel gefinancierd moet worden. Nu de strategische garanties van Washington onzeker zijn geworden, heeft de EU een veel slagvaardiger militair apparaat nodig. Vreemd genoeg besteden de leden van de Unie gezamenlijk bijna evenveel geld aan defensie als de VS. Ze doen dat echter op nationale basis, zodat het resultaat gefragmenteerd is en niet veel voor stelt. Hier kan goed georganiseerde samen werking wonderen tot stand brengen, al ziet de sceptische waarnemer dat nog niet zo snel gebeuren.

Echt jaloers zijn Draghi en zijn analisten als zij het hebben over die wonderbaarlijke Amerikaanse techbedrijven, met hun AI-initiatieven. En over de paar geweldige Amerikaanse universiteiten die talent uit de hele wereld weten te mobiliseren. Super Mario zelf behaalde immers zijn doctorsgraad aan het Massachusetts Institute of Technology! Ook de EU moet een paar van die universiteiten hebben.

Veel Amerikanen menen dat Europa een verloren continent is

Het rapport signaleert de ongelukkige demografische positie van de EU, met haar krimpende en vergrijzende bevolking, maar weet daar geen veelbelovende strategie aan te koppelen. Uiteindelijke aanbeveling aan de Commissie: investeer jaarlijks 750 tot 800 miljard euro extra in het industriële bestel en de organisatie van de EU.

Luiwamessen

De topos van het sukkelige Europa dat de meedogenloze economische concurrentiestrijd met de hypersuccesvolle VS – of het unieke Japan of het gigantische China – kansloos dreigt te verliezen, is een geliefd thema in de geschiedschrijving van de laatste zes decennia. Mij deed het betoog van Draghi onmiddellijk denken aan ‘Le Défi américain’ (1967) van de Franse journalist Jean-Jacques Servan-Schreiber. Diens licht panische oproep om de Europese Gemeenschap van destijds op stel en sprong te veranderen in een economisch dynamische Grote Mogendheid die de VS partij zou kunnen bieden, was destijds ongekend succesvol. Er werden 600.000 exemplaren van zijn boek verkocht en het werd in vijftien talen vertaald.

Voordat ik laat zien dat Draghi’s aanbevelingen een up-to-date uittreksel van ‘Le Défi’ zijn, is het echter aanbevelenswaardig de lezer, die misschien al emigratie overweegt, gerust te stellen. Eind januari 2024 schreef Paul Krugman, economisch columnist van de ‘New York Times’ en winnaar van de Nobelprijs voor economie, een column met de titel ‘What’s the matter with Europe?’ Veel Amerikanen, schreef hij, menen zeker te weten dat Europa een verloren continent is. Door hoge belastingen en belachelijk ruime sociale voorzieningen is de economie van de EU een ruïne en zijn de Europeanen luiwammesen geworden.

Krugmans antwoord op zijn eigen vraag luidt echter: ‘Europe is in astonishingly good shape, economically and socially.’ Hoe is dat mogelijk tegen de achtergrond van de jammerklachten van Servan-Schreiber, Draghi en de modale Amerikaanse nitwit?

Krugman laat zien dat de economische groei in de VS sinds het begin van de eeuw aanzien lijk groter is dan in de EU: 53 procent tegen 31 procent. Dat vrij grote verschil is echter geenszins het gevolg van de technologische achterstand van Europa of de digitale superioriteit van de Amerikanen. Het is geheel te wijten aan het verschil in demografische ontwikkeling. Terwijl de Amerikaanse bevolking gemiddeld jonger is dan de Europese, is zij ook sterker gegroeid. De bevolking van de EU vertoont zelfs een neiging tot krimp – Krugman merkt vilein op dat alleen immigratie daar iets aan zou kunnen doen.

De arbeidsparticipatie ligt in de EU hoger dan in de VS. De productiviteit per werknemer is in de VS en de EU vrijwel in dezelfde mate toegenomen, 31 procent om 29 procent! Dat de VS vooral de laatste jaren sterker groeien dan de EU wijt Krugman volledig aan het zijns inziens veel te terughoudende beleid van de financiële autoriteiten in Frankfurt na het einde van het covid-drama. De regering-Biden heeft enorm gestimuleerd, volgens sommigen zelfs iets te veel. De kern van het betoog is echter dat Europa allerminst het achterlijke broertje van het immer stralende en geniale Amerika is. Krugman wijst er in het voorbijgaan ook op dat de levens verwachting in de EU jaren hoger ligt en dat de Europeanen veel meer vakantie hebben.

Vernieuwingsmachine

Servan-Schreiber wist de hopeloze sukkeligheid van Europa in 1967 dramatisch te beschrijven. We waren in oorlog! Tegen een superieure tegenstander bovendien. Werden er op grote schaal en op korte termijn geen noodmaat regelen genomen, dan was Europa’s lot bezegeld, dan werden wij een hulpeloze kolonie van de Verenigde Staten. Waarom waren de Amerikanen zo superieur? Omdat zij excelleer den op alle onderdelen van het economische gevecht, omdat zij feitelijk al een postindustriële samenleving waren geworden.

Amerikaanse bedrijven opereerden mondiaal, deden geweldig onderzoek, verwerkten de resultaten daarvan razendsnel in innovatie – en deze unieke combinatie van talenten werd aangestuurd met de modernste management technieken. De VS waren een flitsende vernieuwingsmachine, die vooral werd gedreven door een flexibele, toekomstgerichte mentaliteit. Pijnlijk was dat het Amerikaanse bedrijfsleven veel efficiënter gebruikmaakte van de nieuwe marktmogelijkheden van de Europese Gemeen schap dan de Europeanen zelf. De VS waren volstrekt superieur in computers en elektronica, de zaken die de toekomst van de technologie bepalen.

Viel er nog iets te doen aan de hopeloze Europese achterstand op vrijwel elk denkbaar terrein van betekenis voor de postindustriële toekomst? Sterke intensivering van de Europese samenwerking was het enige antwoord. De EG moest een Grote Mogendheid worden, een federatie die enorm zou moeten investeren in onderwijs en technologie. Zonder radicale intensivering van de Europese samenwerking was de zaak verloren, en de spectaculaire Amerikaan se productiviteit buiten bereik. Draghi zou zich er zonder moeite in herkennen.

Vervolgens kwam Servan-Schreiber met een voorbeeld van de samenwerking die een start in de goede richting zou kunnen zijn: het Brits Franse project dat leidde tot de Concorde, een supersoon passagiersvliegtuig. We konden het dus – maar natuurlijk konden de Amerikanen het meteen veel beter. Boeing werkte aan de SST, een veel groter en sneller supersoon toestel dan de Britten en de Fransen hadden gebouwd, en dat bovendien van een wonder metaal zou worden geconstrueerd: titanium.

Hier wordt duidelijk dat Servan-Schreibers retoriek over de postindustriële wereld meer jongensboekenromantiek was dan getuigde van werkelijk inzicht in de mogelijkheden van de nieuwste technologie in combinatie met  modern management. Boeing heeft het idee van de SST al in 1971 afgeblazen. Heerlijk, dat titanium, maar elke boekhouder kon voor rekenen dat er aan de SST nooit geld verdiend zou worden. Dat was ook het lot van de elegant ogende Concorde, die met grote verliezen nog tot 2003 heeft doorgevlogen. Er zijn slechts twintig toe stellen gebouwd.

Boeing bleek een veel beter idee te hebben: de Jumbo 747, een reusachtig subsoon vliegend toestel, dat de luchtvaart ingrijpend heeft veranderd en waarvan 1574 exemplaren zijn gebouwd. Supersoon bleef een jongensdroom! Innoveren is leuk, maar het moet wel rende ment opleveren. Hadden de Amerikanen ook dit spel weer gewonnen. Maar dat viel uiteinde lijk mee, want de genoemde Frans-Engelse samenwerking heeft via een paar tussenstadia geleid tot de Airbus, en zo hebben de Europeanen een halve eeuw later toch de overhand in deze sector, zij het waarschijnlijk tijdelijk. Het hele idee van ‘winnen’ is hier eigenlijk onzin; een technische voorsprong wordt vroeg of laat altijd ingelopen. De voorsprong verandert ooit weer in een achterstand, en omgekeerd.

Eeuwig stijgende Nikei

Natuurlijk was Servan-Schreiber ook gefascineerd door die andere jongensdroom die in de jaren zestig gestalte kreeg: de ruimtevaart! Wie was er in die jaren niet diep onder de indruk van het Apollo-project met zijn immense Saturnus-5 raket? Hoewel de door statusoverwegingen gestimuleerde reis naar de maan zeker wat technologische bijvangst heeft opgeleverd, was het uiteindelijke resultaat ronduit mager. De toekomst van de bemande ruimtevaart is simpelweg beperkt, wat opgewonden dromers u ook wijs willen maken. Van de angsten van Servan-Schreiber is niet veel uitgekomen.

De Verenigde Staten, dat paradijs van het creatieve, postindustriële management, bleken de volgende decennia allerlei gebreken te vertonen die hij over het hoofd had gezien. Zowel de Duitsers als de Japanners toonden overtuigend aan dat zij voor minder geld veel betere auto’s konden bouwen dan het wereldwonder General Motors, dat in de nieuwe eeuw door de overheid zelfs voor een faillissement behoed moest worden.

‘Voorspellingen moet je niet te serieus nemen.’

Ergens in de jaren negentig las ik: ‘The Cold War is over, Germany and Japan won!’ Vooral het verbazingwekkende succes van de Japanse industriële export en de schijnbaar eeuwig stij gende Nikkei-index veroorzaakten in de VS in de jaren tachtig een obsessie die deed denken aan de angstdromen van Servan-Schreiber in de jaren zestig.

Een groep Amerikaanse economen kwam tot de conclusie dat Japan zo’n formidabel georganiseerde exportmachine was geworden, dat de VS de economische strijd met Japan waarschijnlijk zouden verliezen. In Japan werkten banken, overheid en een geniaal plan ministerie genaamd MITI zo perfect samen bij de penetratie van nieuwe markten voor de Japanse industrie, dat er geen kruid tegen gewassen was. De VS waren op weg een kolonie te worden van de veel kleinere Japanse economie.

Ook dat bleek allemaal onzin te zijn; de nieuwe markten bleken verkeerd gekozen, de banken bleven zitten met enorme waardeloze leningen, de Nikkei stortte in en de Japanse economie stagneerde meer dan een decennium. Ook hier faalde een grootschalig model dat was gericht op beleidsverandering.

Natte vinger

Ondanks de gesignaleerde gebreken is de Amerikaanse economie nog steeds de grootste ter wereld en zijn de Amerikanen leidend in de digitale wereld. Maar de nieuwe, gruwelijke en onverslaanbare dreiging is natuurlijk de reus achtige Chinese economie. Weer is de toestand hopeloos, als er geen urgente en verstrekkende maatregelen worden genomen.

Maar zoals gewoonlijk worden de gebreken van de voorspelde verliezers breed uitgemeten, terwijl de zwakheden van de aangekondigde wereldheersers grotendeels ongenoemd blijven. China is een demografische ramp in the making, het ontbreekt China aan een netwerk van bruikbare bondgenoten, China is afhankelijk  van de wereldhandel die het niet kan controleren, en ten slotte is het een totalitaire staat.

De Europese Gemeenschap is niet geworden wat Servan-Schreiber hoopte: een slagvaardige Grote Mogendheid met onbeperkte investeringsmogelijkheden. Ze werd iets heel anders: een wereldspeler van aanzienlijke omvang. Zeker ontbreekt het de Europese Unie aan strategische daadkracht, maar haar invloed rijke aanwezigheid in de wereldeconomie kan niet worden ontkend. Mochten de VS, gedreven door dorpse wanen, tijdelijk in de coulissen van de wereldgeschiedenis verdwijnen, dan zal de EU die lacune niet geheel kunnen vullen, maar ze zal zich wel gedwongen voelen een veel strategischer rol te gaan spelen dan zij nu doet.

China is een demografische ramp in the making

De dramatische voorspellingen van Servan Schreiber en andere onheilsprofeten waren (en zijn vaak nog steeds) gebaseerd op schijnbaar steekhoudende economische analyses van grote en complexe economische eenheden over lange periodes: West-Europa, Japan, de VS en tegenwoordig ook China. Al extrapolerend schetsen alarmisten de duistere wereld die over enkele decennia zal aanbreken als hun receptuur niet wordt gevolgd.

Na enige tijd blijkt er weinig te kloppen van de waarschuwingen. Met onvoorziene omstandigheden is geen rekening gehouden. Voorspellingen over periodes van meer dan 25, laat staan 50 jaar, zijn niet veel meer dan een natte vinger in de wind houden.

Laat de lezer voor de aardigheid eens 50 jaar teruggaan, dus naar 1974. Inderdaad, een totaal andere wereld met totaal andere vooruitzichten dan nu. Maar ook in het jaar 1999 was de wereld ingrijpend anders dan die waarin wij nu leven.

Voorspellingen zijn onvermijdelijk, maar we zouden er goed aan doen ze niet al te serieus te nemen. Dat geldt voor aankondigingen van nieuwe wereldheersers net zo goed als voor de Ondergang van het Avondland, of de vurige dood van de ganse planeet.

Reacties

Gerelateerde artikelen

‘Amerika kan niet zonder Europa’

‘Je voelt je vooral Europeaan als je niet in Europa bent’

‘Wij zijn niet pro-Europa, wij zijn Europees’

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.